Bijzonder hoe eten kopen plots als een clandestiene bezigheid aanvoelt

Bijzonder hoe eten kopen plots als een clandestiene bezigheid aanvoelt

Tijdens één week quarantaine heeft het begrip ‘uit het huis mogen komen’ een hele evolutie doorgemaakt.

Voor werk of medische redenen is er weinig discussie. De term ‘noodzakelijke verplaatsing’ daarentegen is voor verschillende interpretaties vatbaar en gaat vooral over de vraag ‘mag ik om boodschappen en waar?’.

Het is in Italië nu zo dat je een geschreven document bij moet hebben, telkens je de woning verlaat. Daarop geef je aan wat de reden en noodzaak van jouw ‘uitstap’ is.

Er is zelfs een soort overzicht rondgestuurd van wat de essentiële producten zijn waarvoor je buiten mag om boodschappen te doen: levensmiddelen uiteraard, benzine, medicijnen, de krant (het is een basisrecht om geïnformeerd te blijven!), eten en producten voor dieren, …

Daarbij wordt ook als richtlijn gegeven dat het de bedoeling is deze producten zo dicht mogelijk bij de deur te kopen. Áls je ze kan vinden natuurlijk, wat op mijn heuvel iets problematischer is dan in België.

Als er in jouw dorp geen apotheek is, mag je een dorp verder. Als er geen benzinestation is idem, enzovoort. Over voedingsmiddelen zijn de meningen verdeeld, alle kleine dorpswinkels in mijn dichtstbijzijnde omgeving hebben wel wat fruit en groenten, maar natuurlijk net niet dat wat ik zoek of wil (aardbei, zoete aardappel, gember …). De lokale slager heeft alleen op woensdag en donderdag kip en pas in het weekend rundsfilet. Vis is in mijn dal al helemaal niet te vinden.

Ik vond dus dat ik het recht had 15 kilometer verder te rijden naar de supermarkt waar ze al mijn lekkers onder één dak hebben, ook al vonden mijn dorpsgenoten dat tegen de regels van de coronabeperkingen. Ik ben dus burgerlijk ongehoorzaam geweest. Daarbij moet ik eerlijk bekennen dat ik op mijn ‘ik blijf niet thuis want …’-documentje toch maar mooi benzine, gespecialiseerd hondenvoer én medicijnen (dit hebben we allemaal niet dichter bij huis) had genoteerd, voor het geval ik controle kreeg. Bijzonder hoe eten kopen plots als een clandestiene bezigheid aanvoelt en ik als een smokkelaar snel en veilig mijn oprit weer opreed. Amper één week lockdown en je wereld staat helemaal op zijn kop.

Het viel trouwens op dat ondertussen het grootste deel van de klanten handschoenen en een mondmaskertje droegen. Alle kassabedienden deden dat uiteraard ook, rond de kassa’s waren zelfs geïmproviseerde plexi-beschermingen aangebracht om elk contact te vermijden. Nu hadden de meeste mensen ook volle karren. Eén van de richtlijnen is immers: ga zo weinig mogelijk om boodschappen om het systeem zo weinig mogelijk te belasten.

De medewerkers van voedingszaken/supermarkten klagen volkomen terecht dat mensen drie keer per dag om boodschappen gaan omdat hen dat een gewettigde reden geeft om buiten te komen. Niet de bedoeling dus. Laten we dan ook even stilstaan bij die medewerkers die ons (meestal tegen het minimumloon en met uitermate flexibele uurroosters) zeven dagen op zeven ten dienste staan met alle risico vandien, zodat wij thuis op zijn minst met eten en drinken even de coronacrisis kunnen vergeten. In Italië is er ondertussen een nieuwe gewoonte ontstaan, waarbij er elke dag een flashmob is waar mensen vanop hun balkon een ludieke actie ondernemen, zoals voetballiederen zingen, een rondje applaus voor alle medisch personeel, lichtjes branden, muziek maken … Ik vermoed dat het eerstdaags een hulde wordt aan het supermarktpersoneel, verdiend trouwens!

Bron: https://www.standaard.be/cnt/dmf20200317_04892253